Staturen van de Stichting;

 

Wijkraad Binnenstad Enschede

 

Artikel 1 - Naam, zetel, werkgebied

 

  1. De stichting is genaamd: Wijkraad Binnenstad Enschede (WBE).

  2. Zij is gevestigd te Enschede.

  3. Het werkgebied van de stichting is het gebied in Enschede omsloten door de Molenstraat, Oldenzaalsestraat, Boulevard, Ripperdastraat en De Ruyterlaan.

 

Artikel 2 - Doel

 

  1. De stichting heeft ten doel:

 

    1. het behartigen van de belangen van de binnenstadbewoners in Enschede onder andere door een rol te spelen in zaken die de kwaliteit van het wonen en leven van binnenstadbewoners bepalen;

    2. en het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

 

Artikel 3 – Bestuur: samenstelling en wijze van benoemen

 

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie bestuurders.

  2. De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.

  3. De bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster afgetreden bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.

  4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.

  5. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbre­ken, dan vormen de overblij­vende bestuursleden of vormt het enige overblij­vende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, behoudens het bepaalde in artikel 7.

  6. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

  7. Niet tot bestuurslid benoembaar zijn personen die in dienst zijn of werkzaam zijn ten behoeve van de stichting.

 

Artikel 4 – Bestuur: taak en bevoegdheden

 

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.

  2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, tenzij het besluit wórdt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuurders.

  3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, tenzij het besluit wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuurders.

  4. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

 

Artikel 5 - Bestuur: vergadering

 

  1. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland in de gemeente waar de stichting haar zetel heeft.

  2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten. Daarnaast wordt elk kwartaal een vergadering gehouden.

  3. Voorts worden vergaderingen gehouden, wanneer één van de bestuurders daartoe een oproep doet.

  4. De oproep tot een vergadering geschiedt ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een brief, telefonisch of per e-mail.

  5. Een oproep vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering ook de te behandelen onderwerpen.

  6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.

  7. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de secretaris.

  8. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.

 

Artikel 6 - Bestuur: besluitvorming

 

  1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden.

  2. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproep tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

  3. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.

  4. Het bestuur kan met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard.

  5. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

  6. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij één of méér bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.

  7. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

  8. In alle geschillen omtrent stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.

 

Artikel 7 – Bestuur: defungeren

 

  1. Een bestuurder defungeert:

 

  1. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

  2. door zijn aftreden al dan niet volgens het in artikel 3 bedoelde rooster van aftreden;

  3. door ontslag door de gezamenlijke overige bestuurders;

  4. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 8 – Bestuur: vertegenwoordiging

 

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.

  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders.

  3. Tegen een handelen in strijd met artikel 4 leden 2 en 3 kan tegen derden beroep worden gedaan.

  4. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

 

Artikel 8 - Einde bestuurslidmaatschap

 

  1. Het bestuurslid­maatschap eindigt:

 

  1. door overlijden van een bestuurs­lid;

  2. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

  3. bij schriftelijke ontslagne­ming (bedanken);

  4. alsmede bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 9 - Boekjaar en jaarstukken

 

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

  3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen.

  4. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

 

Artikel 10 –Bewonersraad

 

  1. Het bestuur kan een bewonersraad, bestaande uit bewoners van de binnenstad te Enschede, instellen, wijzigen en opheffen.

  2. Samenstelling en rol van die bewonersraad worden bij Huishoudelijk Reglement bepaald.

  3. Leden van de bewonersraad zijn niet tevens bestuurslid.

  4. Tot de bevoegdheden van de bewonersraad in relatie tot het bestuur behoren:

    1. het gevraagd en ongevraagd inbrengen van verbeterpunten aan het bestuur;

    2. het signaleren van knelpunten in de leefomgeving van de binnenstad;

    3. het doen van voorstellen voor optimale leefomgeving in de binnenstad;

    4. het doen van voorstellen voor een jaarlijks sluitende exploitatie;

    5. het (mede) initiëren van nieuwe doelstellingen;

    6. het inbrengen van nieuwe beleidsvoorstellen;

    7. het inbrengen van voorstellen voor de statuten en het huishoudelijk reglement;

    8. het voordragen van kandidaten voor het bestuur;

    9. het evalueren van het gevoerde beleid door het bestuur;

    10. het fiatteren van het bestuur over het gevoerde beleid en uitvoering.

  5. De bewonersraad vergadert minimaal één keer per kwartaal onder voorzitterschap van een bestuurslid. Het voorzitterschap kan door het bestuur worden opgedragen aan een lid van de bewonersraad.

  6. De wijze waarop de aankondiging, de agenda voor een vergadering van de bewonersraad, de verslaglegging, vaststelling van de notulen en verspreiding plaatsvinden wordt nader geregeld in het Huishoudelijk Reglement.

 

Artikel 11 –Reglement

 

  1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.

  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

  3. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen.

  4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 12 lid 1 van toepassing.

 

Artikel 12 - Statutenwijziging

 

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te doen verlijden.

  3. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.

 

Artikel 13 - Ontbinding en vereffening

 

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.

  2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 12 lid 1 van overeenkomstige toepassing.

  3. Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld.

  4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.

  5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.

  6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

  7. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffe­ning van haar vermogen nodig is.

  8. De vereffening geschiedt door het bestuur.

  9. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 12 lid 3.

  10. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

  11. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt als volgt verdeeld:

 

  1. subsidies gaan waar mogelijk terug naar subsidiegever;

  2. resterend saldo wordt door vereffenaars besteed aan een vast te stellen doel ten behoeve van het oorspronke­lijke doel van de stichting.

 

Artikel 14 - Vermogen

 

    1. Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

 

  1. het stichtingskapitaal;

  2. subsidies en dona­ties;

  3. \eventuele andere verkrijgin­gen en baten.

 

Artikel 15 - Slotbepalingen

 

  1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist hetbestuur.

  2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt.